home

contact  login
zoeken
zoeken

De Oude Toren van Schulen 

De Oude Toren van Schulen is het oudste beschermd monument van Herk-de-Stad. De toren is de enige getuige van de eerste kerk of kapel. De basis van de stoere gotieke toren bestaat uit Diestse ijzerzandsteen en het bovenste deel is uit baksteen.

De toren en de kapel

In onze streken is weinig natuursteen te vinden. Misschien zijn de eerste kerken uit hout opgetimmerd. Of dit in Schulen het geval is geweest, is niet te achterhalen. Wat we wel weten is dat de toren werd gebouwd in de 15e eeuw. Aan de achterkant van de toren ziet men heel duidelijk afgetekend de daklijn van de vroegere kapel, die tegelijk met de toren werd gebouwd. Deze kapel diende als parochiekerk tot in het begin van de 18e eeuw. Ze was éénbeukig, ongeveer 15 m lang en 7,50 m breed, met drie vensters aan de beide kanten en één aan beide zijden van het koor. Aan dit laatste was een uitbouw, Sint-Joriskoor geheten, waar op het einde van het jaar verslag werd uitgebracht over de gemeente- en de kerkrekeningen. Een deel van het kerkhof was met fruitbomen beplant. Er was ook een doodsbeenderenhuisje. Langs de kerk was er het Lieve-Herenhuisje met het beeld van de Gekruiste. Op het kerkplein prijkte een de traditionele lindeboom met een prieeltje er rond. In de eerste helft van de 16e eeuw kloegen de inwoners van Schulen over het feit dat het schip van hun kerk in zeer slechte staat was. In juli 1625 had men nog altijd geen aanvang gemaakt met de herstellingen. Alles bleef dus helaas met beloften. Daarna volgde weer de ene klacht na de andere. Terwijl men druk in de weer was met procederen begonnen de kanunniken toch te bouwen. De toren was nog in goede staat en de herstellingen ervan moesten door de gemeente worden gedragen. Er waren drie klokken. De grootste en de kleinste klok waren eigendom van de gemeente. De derde klok hoorde toe aan de tiendenheffers. Er was ook een uurwerk. Het kerkhof was met een ijzeren hek omgeven.

De kerk werd herbouwd

Het herbouwen van de kerk gebeurde in 1709-1710. De kerk werd echter geen luxekerk. Daarvoor waren de Schulenaren te koppig geweest. Op de achterzijde van de toren ziet men nog altijd de daklijn van dit kerkgebouw, die de galmgaten doorsnijdt. De kerk was hoger dan de vorige. Alles werd met zo weinig mogelijk kosten uitgevoerd. De reclamaties van de parochianen bleven niet uit. Zo lang procederen en zo’n kerk krijgen! In 1784 werd door de heren van het Kapittel een aanvang gemaakt met het vergroten van de kerk. De ingang van de kerk was eerst aan de linkerkant van de toren, in het Lieve-Herenhuisje. Rond 1880 werd een nieuwe ingang gehouwen aan de voorkant van de toren (spitsboog met een trede en een omlijsting uit arduin).

uitzicht kerk
Interieur kerk

Een nieuwe kerk

Gedurende het pastoraat van Willem Theelen werden plannen gevormd voor het herstellen van de kerk, want aan het bouwen van een nieuwe kerk durfde men niet te denken. De opvolger van Willem Theelen, pastoor Mathieu Heeser, vond dat dit echter de enige oplossing was. Hij wilde een nieuwe kerk bouwen, maar op een andere drogere plaats. De oude kerk werd immers gebouwd op een moerasachtige ondergrond. Dikwijls moest men op het kerkhof de overledenen begraven, terwijl het grondwater zienderogen steeg. Uiteindelijk vond men een geschikte plaats. De aanbesteding van de nieuwe kerk had plaats op 19 november 1937.

De oude kerk verdween

In het begin van 1938 begon men met de oude kerk te slopen. De afbraak diende als fundament voor de nieuwe kerk. Alleen de stoere toren werd gespaard. In februari 1939 kon men voor goed de parochiezaal, waar een jaar lang de diensten gecelebreerd werden, verlaten en de nieuwe kerk in gebruik nemen.

Toren in 1949
Toren in 1949

Brand

De stoere toren werd bij Koninklijk Besluit op 3 juni 1950 geklasseerd om zijn geschiedkundige, artistieke en wetenschappelijke waarde. In september 1951 werd een ontwerp tot restauratie goedgekeurd voor een bedrag van 194.728 frank. In mei 1957 vatte aannemer Van Loy uit Herselt de werken aan, maar in de nacht van maandag 1 op dinsdag 2 juli van datzelfde jaar, werden de inwoners van de dorpskern van Schulen plots opgeschrikt door een hevige brand. Meters hoge vlammen stegen op uit de torenspits. Dorpsbewoners snelden toe, maar konden niets ondernemen. Ondertussen waren veel kijklustigen opgedoken en de paniek was compleet. De ware oorzaak van de brand werd nooit achterhaald. Verschillende verhalen deden de ronde, maar het bleef altijd bij speculaties. Maandag 1 juli 1957 was het een zonnige en warme dag met een max. temp. van 27,9°C. De lucht was half bewolkt en er was een matige wind. Dinsdag 2 juli 1957 was de max. temp. 26,1°C. De lucht was licht bewolkt en er was een matige wind. 

Krantenartikel

In Het Belang van Limburg verscheen in 1957 een artikel over de brand van de geklasseerde toren van de St. Jan-Baptistkerk van Schulen.

De toren van de St. Jan-Baptistkerk van Schulen, een zeer mooi architecturaal gebouw, dat geklasseerd werd om zijn geschiedkundige, artistieke en wetenschappelijke waarde en dagtekent van uit de 15e eeuw en waarvan onlangs de torenspits hersteld werd, ging in de vlammen op. Wanneer de handelaar Fernand Schools, wonende op een 100-tal meter van de geklasseerde toren, in de nacht van maandag op dinsdag rond 1 uur een luchtje ging scheppen en nauwelijks in zijn bed was teruggekeerd, werd hij gewekt door zijn echtgenote Louise Samyn die door het venster vlammen had bemerkt, die hoog oplaaiden. Fernand Schools trok de straat op en stelde vast, dat de torenspits van de St. Jan-Baptistkerk in lichte laaie stond. Hij maakte alarm en weldra was gans het dorp te been. De vuurgloed bereikte een zo grote hoogte, dat hij werd opgemerkt te Diest en Scherpenheuvel. De hitte was ondragelijk en de brandende toren kon slechts tot op 100 meter benaderd worden. Het volk stroomde van overal toe en zelfs werden personen uit Diest en Scherpenheuvel opgemerkt, die van uit hun woonplaats het vuur hadden gezien en die meenden dat een gans dorp in lichtelaaie stond. De brandweer van Hasselt was in een minimum van tijd ter plaatse, maar stond voor een voldongen feit. De torenspits werd letterlijk weggevaagd. Gelukkig maar dat de wind uit westelijke richting kwam, zoniet had het vuur op de Dorpsstraat kunnen overslaan, want op een 200-tal meter van de toren, werden brandende stukjes hout gevonden, die door de wind waren weggedreven. De rijkswacht van Herk-de-Stad stelde het eerste onderzoek in. Men tast volledig in het duister nopens de oorzaak van de brand, die voor meer dan 300.000 frank schade heeft aangericht.    

Getuigenis

“Ik woonde indertijd op de boerderij van mijn ouders, in het dorpscentrum en kort bij de kerk. Net als de buurtbewoners was ik ook gaan kijken naar de brand. Opeens kwam een brandweerwagen uit Hasselt aangereden. Iemand had waarschijnlijk de brandweer getelefoneerd. Er waren toen maar enkelingen die een telefoon hadden. Men wilde de brand zo snel mogelijk blussen, maar tot overmaat van ramp, vonden de brandweermannen geen water nabij de kerk. In die tijd waren er nog geen brandkranen. Ik stelde voor om water te halen uit de Demer aan de Grote Molen. Voor de brandweer was dit een goede oplossing. Ik mocht meteen meerijden om de weg te wijzen. Met volle snelheid werd er koers gezet naar de Demer. In de Neerstraat kort bij het station van Schulen, was een zeer scherpe bocht. De brandweer reed zo snel, dat ik op dat moment de schrik van mijn leven heb doorstaan. We gingen bijna uit de bocht! Stel je voor! De torenspits werd uiteindelijk geblust met Demerwater. Het was echter nablussen, want de spits was al in de vlammen opgegaan!”

Wat nu met de toren?

Vragen om de toren op te ruimen of te declasseren als monument werden door de overheid afgewezen. Zowel in oktober 1957 als in 1971 kreeg de gemeente een negatief antwoord. Na een lange administratieve lijdensweg kon de restauratie eindelijk beginnen. Er werd geopteerd voor het behoud van de toren als ruïne en niet voor een reconstructie in zijn oorspronkelijke vorm. Aan de restauratiekosten hing een prijskaartje van 2.819.644 frank (betoelaagbaar) en een van 463.920 frank (niet betoelaagbaar). Het Vlaams Gewest kende een restauratiepremie toe van 2.181.305 frank. De uitvoering van de restauratiewerken werd toegewezen aan de bvba Jamar uit Schulen voor een bedrag van 3.054.191 frank. Hiervoor werden 80 werkdagen voorzien. De architect was † Hugo Vanbrabant uit Herk-de-Stad. De restauratie liep niet van een leien dakje. Einde 1996 lagen de werken zelfs een tijdje stil, omdat de aannemer niet beschikte over de juiste steen ter vervanging van de typische roestbruine ijzerzandsteen uit de streek. In de loop van 1999 kreeg de restauratie van de toren eindelijk haar realisatie. Men wilde de toren ook toeristisch toegankelijk maken en daarom werd hij ingericht als uitkijktoren. In het midden van de bestaande ruïne werd een trap voorzien van ruim 60 treden met de nodige tussenvloeren. Vanaf het laatste bordes zouden de galmgaten zorgen voor een uitzicht op de vierwindstreken. Een koepel moest dan weer zorgen voor een toegang tot het hoger geconstrueerde platte dak. De ingang van de toren werd vooraan afgesloten met een ijzeren hek.

Wetenswaardigheden

Donjon

De vierkante westertoren is een typische toevluchtstoren (donjon). In de vaak woelige tijden van het Ancien Regime was een kerk meer dan een gebouw voor religie alleen. Zeker de westertorens waren in heel veel gevallen opgetrokken als echte versterkingen. De torens waren extra hoog met uitzicht over de wijde omgeving en ongewenste personen konden al van zeer ver worden opgemerkt. De muren waren dik en meer dan tegen een stootje bestand (muurankers). De noodklok weergalmde tot buiten de grenzen van de gemeente bij ieder alarm. Veel westertorens waren origineel enkel voorzien van kleine lichtspleten, zeker bruikbaar als schietgat. Vaak was er enkel een toegang tot de westertoren van in de kerk en dan nog op verdiepingsniveau met een ladder of een trap. Achteraan in de kerk van Schulen was er ook een trap die leidde naar een eikenhouten deur met een zeer mooi ijzeren beslag waarmee de ruimte kon afgesloten worden als een veilig toevluchtsoord (Verslag 1886). Bij de aartsdiaconale visitatie van 1712 werd vastgesteld dat de trap was afgebroken. Toen de kerk in 1784 volledig herbouwd werd, plaatste men een hoogzaal. De toegangsdeur tot de toren werd daardoor aan het zicht onttrokken. Bij de afbraak in 1938 verdween de deur en werd de deuropening dichtgemetseld. 


Metseltekens

Aan de westwand werden metseltekens in zwarte bakstenen in het geheel van rode bakstenen aangebracht (links een kelk en rechts een calvariekruis). Deze tekens werden aangebracht door de metselaar als teken van (bij)geloof, als beschermingsteken tegen onheil en als teken van christelijk geloof.

Wijzerplaat

De smeedijzeren wijzerplaat die momenteel de toren siert, is niet de eerste. Eerder werd reeds een uurwerk geplaatst, dat zeker dateerde uit 1669 en destijds gemaakt werd door Mr. Peter Bex van Diest. Van dit uurwerk (mechanisme) is echter niets overgebleven. In 1782 werd een smeedijzeren wijzerplaat geplaatst, die werd gemaakt door de dorpssmid Arnold Mulckers. Hij woonde in de Neerstraat en zou volgens informatie de stamvader zijn van de familie Mulkers uit Schulen. De wijzerplaat in kwestie is versierd met zowel zijn initialen (AM) als het jaartal (1782) van de creatie. In die tijd werd er maar één wijzer op een wijzerplaat aangebracht.

De metseltekens en een lichtspleet (schietgat)
De smeedijzeren wijzerplaat uit 1782 met Romeinse cijfers

Een toren met drie geledingen

De ‘eerste’ geleding (onderste bouwdeel) heeft een ijzerzandstenen plint en hoekbanden. Deze donkere ruimte (zonder vensters) was oorspronkelijk alleen toegankelijk vanuit de kerk via een gotische boog die na de afbraak van de kerk in 1938 werd dicht gemetseld. Begin 18e eeuw stond hier een doopvont. In het verslag van de aartsdiaken van 22 april 1701 werd opgemerkt dat deze ruimte daar niet geschikt voor was. Het oude stenen gewelf werd bij de herstellingswerken van 1886-1890 afgebroken.

De ‘tweede’ geleding (middelste bouwdeel) is volledig in baksteen, behalve drie ijzerzandstenen lichtspleten (schietgaten). Het uurwerk aan de voorzijde dateert van 1782.

In de ‘derde’ geleding (bovenste bouwdeel) bevond zich de klokkenstoel, die rustte op een houten timmer. In de vier buitenmuren zien we telkens twee gekoppelde spitsboogvormige galmgaten. Bij de herbouw van de kerk in 1784 werd het schip hoger opgetrokken zodat het dak de galmgaten half bedekte. Bovenop de toren stond een ingesnoerde spits met twee grote en twee kleinere dakramen. De dakbedekking van de torenspits bestond uit leien. De torenspits was één van de steilste spitsen van de streek (een achthoekige spits). De kroonlijst werd uitgevoerd in mergelsteen. Aan de zuidkant was de doopkapel (bouwfase 1784). De voorgevel bleef over als enige getuige.

Toegankelijkheid

De toren is heden toeristisch toegankelijk. De sleutel is te bekomen bij de VVV Toerisme Herk-de-Stad vzw en dit tijdens de openingsuren. Ondertussen is de helft van de oorspronkelijke eiken voordeur terug gevonden. De sleutel van deze deur werd eveneens gevonden en bevindt zich in de sacristie in de nieuwe kerk. De haan die fier op de torenspits pronkte, kwam heelhuids uit de brand van 1957, maar is ondertussen nog steeds spoorloos

Oude toren in 2016

Tekst en foto’s (verzameling):

Rudo Vanhees

Bron:

* Boek: ‘Historische schets van de gemeente en de parochie Schulen’, Jozef Aerts Schulen 1969

* Archief: Het Belang van Limburg

* Opzoekingswerk en voorstel: ‘Opwaardering Oude Toren Schulen’,

   François Peeters Herk-de-Stad 18/02/2016

* VVV Toerisme Herk-de-Stad vzw

* Internet: www.graafschaploon.be

* Internet: www.frankdeboosere.be