home

contact  login
zoeken
zoeken

Oud stadhuis (voor 1679) 

De grote markt is in deze periode in twee helften verdeeld. Het westelijk gedeelte, naar Halen toe, heet “de spurfel ” of “speelhuffel”. De betekenis is niet bekend. Er bevindt zich een poel: “de spurfelpoel“. Het oostelijk gedeelte heet “de Paardsmarkt ”. Hier staat het stadhuis,  “los” in het midden van de markt, te vergelijken met de huidige oude stadhuizen van Bilzen en Peer. Het brandt, op 13 maart 1679,  tezamen met de kerk, de school, het gasthuis, de pastorie en meer dan 100 huizen af.  Het is de grootste brand die Herk-de-Stad ooit gekend heeft.

In het verslag van Sebastiaan Colen, de secretaris van de schepenbank,  kunnen we lezen hoe het stadhuis eruit ziet.

Het stadthys, hebbende ter oerden 3 plaatsen, te weten de vierschare alwaer de wage van der stadt was hangende, aen de oestersijden, de Raetscamer alwaer de scepenen hon ordinarisse genachten hielden, aen de Westsijde; den alden sale van justitie, alwaer de scepenen voor desen plegen de genachten te houden ende nu ter tijt inwoenden der stadt dienaer dwelck hem om den voorgaenden brandt vant jaar 1669 by scholtus en de schepenen met advoijs vande Borgem ende Raedt geconsenteert was; hebbende boven drij camers van diergelijcke groodte, alwaer de drij gilden oft compagnien hon vergaederinghe ende feesten hielden; te weten de cruysbogen int midden, de hantboghen naer den westen ende cloveniers naer den oesten, sijnde daer boven eenen solder alwaer den Heyligen geest groenen geleet wierden; hebbende voorders van achter gerieffelijcke afgangen met drij opgangen tot iedere camer, eenen besunderen trappe ende een torenken etc…

In een vrije hertaling wordt dit:

Op het gelijkvloers waren er 3 kamers: in het midden had men de vierschaar met de stadswaag, richting kerk de raadkamer waar de schepenen vergaderden. Richting Halen had men de ruimte waar vroeger de oude rechtbank was maar waar nu de stadsdienaar woonde met instemming van de scout en schepenen. Hij had  zijn huis in  de vorige brand van 1669 verloren. Op de eerste verdieping waren er drie even grote kamers. Hier vergaderden en feestten de drie gilden van Herk: de middelste ruimte werd ingenomen door de gilde van de kruisbogen. Links, richting Halen, was het lokaal voor de handboogschutters en rechts hiervan, richting kerk was voorbehouden voor de schutters. Hierboven was een zolder waar de stichting van de Heilige Geest[1] het koren bewaarde voor de minderbedeelden. Aan de achterzijde had men een ruim balkon met drie aparte trappen naar elke gildekamer en bovenop het stadhuis stond een torentje.

Bij de aanleg van de riolering in de jaren zeventig, hebben enkele Herkenaren de grondvesten van dit stadhuis nog gezien; de gewelven van een ingestorte kelder. 

Bronnen:

’T Nieuws der Week 5 december 1964, R. Enckels

Hasel  (HASselts Erfgoed Lexicon)

Gichtboek 91, blz. 220 , Oorkonde der stichting & Jaargetijde van Pentacosta Milters (zie pdf onderaan)

Over narren, kreupelen, doven en blinden, leven met een handicap van de oudheid tot nu. Ben Wuyts, Davidsfonds 2005, blz. 46-47

Tekening: Flor Bruninx

Bewerking: André Smeets

 

[1] Vanaf de XIIIe eeuw worden in steden en dorpen armenkassen, armentafels of tafels van de Heilige Geest opgericht. De stichting van de Heilige Geest is een organisatie van gegoeden van Herk-de-Stad en nauw verbonden met de parochiekerk die de mindervaliden, zowel lichamelijk als geestelijk, maar ook doven en blinden ondersteunen. Dat doen ze met brood, vlees of vis, meestal haring, op kerkelijke feestdagen. De pastoor controleert of deze inwoners van het stad zijn en zich door het jaar wat gedragen hebben. Later krijgen ze een loden penning, een armenteken zeg maar ter herkenning. Zonder iets daadwerkelijk aan de situatie te doen, plegen ze ‘goede werken’. Op deze manier kunnen ze hun medeleven aan de gemeenschap tonen en menen ze wat meer recht te hebben op de hemel.