home

contact  login
zoeken
zoeken

Het Duivenhuis 

In het midden van de grote weide 'De Blijkbaan', bereikbaar via de Calenstege aan de Markt, stond het 'Duivenhuis', een eigenaardige smalle hoge woning gevat tussen drie grachten.De naam verwijst naar de duiven die hierin waren gehuisvest en die misschien gebruikt werden voor het postverkeer.

Duiven werden al van oudsher door de krijgsheren gebruikt. De Griek Taurostenes uit Agina stuurde berichten over de overwinningen bij de Olympische spelen per duif naar zijn dorp. Ook Caesar gebruikte postduiven bij zijn veldtochten in Gallië. Van lonten aan de poten van duiven om op deze manier brand te stichten is voorlopig nog niets teruggevonden.

Raymond Enkels schrijft in het halfmaandelijks tijdschrift van de VTB – TOERISME (20e jaargang, 1 augustus 1941 – nr. 15)

Het geliijkvloers van het gebouw is door een gang in tweeen verdeeld. In de kamer rechts staat een mooie eiken schouw. De zoldering is met stucwerk versierd. De kamer links is iets kleiner, want er achter staat het traphuis. Het gelijkvloers is altijd bewoond geweest, vroeger zelfs door een priester. De eerste verdieping is een grote zolder, welke de gehele oppervlakte van het huis beslaat: 6 meter op 7. De tweede verdieping, vlak onder het dak deed vroeger dienst als duivenhik. Voor een vijtigtal jaren nestelden daar ongeveer 300 duiven, die toebehoorden aan den eigenaar van het goed. Het duivenhuis staat alleen, midden in een grote weide, op ongeveer 100 m afstand van de oude stadswallen in oostelijke richting. Wanneer we een blik werpen op het plan (gisteren doorgestuurd) dan rijst het vermoeden dat het duivenhuis vroeger een onderdeel was van het verdedigingsstelsel van de stad.  Meer naar het oosten vormde de rivier, de Herk voorzeker een eerste verdedigingslinie. Daarachter lag de Pestweide (P) die geheel door breede grachten omgevenis. Aan de westzijde van de Poelputstraat ligt ingsgelijks een brede gracht. an aan de Poelputstraat tot aan de stadswallen vertoont de weide, waarin het duivenhuis staat, een regelmatige glooiing, derwijze dat ze ons herinnert aan het glacis. (Een glacis is in de vestingbouw het van buiten naar binnen glooiend omhoog lopende terrein, om de rest van de vestingwerken heen) van een vesting. Het niveau verschil bedraagt 3 meter. Het duivenhuis zelf is aan de oostzijde beschermd door een gracht in de vorm van een A.  Indien deze veronderstelling juist was dat het gebouw destijds diens deed als militair duivenhik, dan bleef het ons lange tijd een raadsel, waarom het gebouwd werd buiten de wallen, waar het toch eerder in handen van de vijand moest vallen. Aan louter toeval moest niet gedacht worden, omdat we dit ook in Halen, een versterkte stad uit de Middeleeuwen, zagen. Iemand vertelde me dat het heel logisch was dat onze voorouders hun militair duivenhik buiten de stadswallen bouwden omdat de krijgslieden uit den ouden tijd  vindingrijk waren. Wanneer ze erin slaagden een duif uit een belegerde stad te bemachtigen ,dan lietzen zij dde duif weer los na een brandend lont aan haar poot vastgehecht te hebben. Omdat er in die tijd haast alle huizen met stro gedelt waren, kon de duif bij haar thuiskomst onvermijdelijk brand veroorzaakt hebben. Het gevaar dat alsdan een groot gedeelte van de belegerde stad in de as werd gelegd is niet denkbeeldig.