home

contact  login
zoeken
zoeken

Maria Catharina de Heusch van Landwijk (1753-1831) 

Barones Maria Catharina de Heusch van Landwijk woonde vroeger in het kasteel van Landwijk. Haar meisjesnaam was gravin de Looz-Corswarem, op oudejaarsavond gestorven op het kasteel van Landwijk.Haar meisjesnaam was gravin de Looz-Corswarem. Op haar grafsteen aan het oud gemeentehuis van Donk lezen we dat ze een lieve en behulpzame vrouw was en op oudejaarsavond gestorven is op het kasteel van Landwijk. In het parochieregister lezen we echter dat:  "In 1831, den 26 December om 5 uur ’s morgens is te Donck overleden Maria Catharina comtesse de Looz-Corswarem douairière van wylen de Heer Allard Henri Joseph de Heusch, oud 79 jaren wonende op haar Casteel genaamd Landwijck".

Henri Joseph Alard erfde in 1844 het kasteel. Hij was gehuwd met gravin Maria Catherina de Heusch. Gelukkig zal dit huwelijk niet geweest zijn want de heer des huizes trok via Schotland naar Amerika waar hij met Marie Willis huwde en er in New York in 1798 overleed. Maria Catharina bleef op Landwijk wonen maar niet onopgemerkt. In 1798 werd ze tijdens de Boerenkrijg als krijgsgevangene naar Rijsel gevoerd en er opgesloten. In 1830 stond ze terug op de barricade om actie te voeren tegen het Hollands bewind. ’s Zondags trok ze van dorp tot dorp om na de mis voor de kerk op een ton te klimmen en het volk toe te spreken. Ze spoorde de boeren aan tot opstand en sprak revolutionaire propaganda. Tussen 5 en 7 augustus 1831 tijdens de tiendaagse veldtocht van Willem II tegen Leopold I kwamen de Hollandse huzaren de gravin op Landwijk zoeken. Zij was verwittigd en verschool zich tussen het riet in de Gete. Door het uren wachten, raakte ze onderkoeld en verkleumd. Eind 1831 stierf Maria Catharina aan een ziekte die in die tijd niet geneesbaar was. Ze werd op het kerkhof van Donk begraven. Landwijk was in die tijd slegt onderhouden ingsgelijks de tuin omdat Maria Catharina er lang alleen voor had gestaan.

De eenvoudige steen zonder wapenschild werd vermoedelijk jaren na haar dood geplaatst door haar kleinzoon, de gepensioneerde generaal Vedrine die de overlijdensdatum ook waarschijnlijk niet meer juist wist. De grafsteen werd bij werken op het kerkhof verplaatst naar de tuin van de pastorij. De steen werd in 1897 voor het laatst gezien en raakte daarna kwijt. Veldwachter Brants herkende de steen in april 1959 bij opruimingswerken op het kerkhof. Burgemeester Nollet liet de steen 2 dagen later voor het gemeentehuis plaatsen. De steen had toen nog ‘een klein kruis’. Dat kruis is intussen verdwenen.