home

contact  login
zoeken
zoeken

Jan Huydts (18571943) 

Pastoor Berbroek 1893 – 1936

Pieter Jan Hendrik Huydts (°Bree 6 augustus 1857 - +Hasselt 14 mei 1943) was de zoon van Pieter Hubert Huydts, slachter van beroep en Anna Maria Cornelia Drieskens, huishoudster. Het lager onderwijs  genoot hij in de gepatroneerde gemeenteschool van Bree. Verder studeren deed hij vervolgens in St.-Roch om daarna wijsbegeerte en godgeleerdheid te gaan volgen aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Hier werd hij op 2 juni 1882 tot priester gewijd.  

Zijn loopbaan startte hij als dienstdoend pastoor in 1882 in Wijshagen. Hij gaf in die periode les aan het Sint-Michielscollege van Bree. In 1883 werd hij benoemd tot kapelaan te Zonhoven waar hij bleef tot 1886. Daarna werd hij kapelaan tot 1893 in Sint Martens-Voeren.
Het belangrijkste deel van zijn leven echter was hij pastoor in Berbroek: 44 jaar! Hij kwam in januari 1893 in Berbroek aan. Zijn ouders volgden hem in december 1893 en woonden bij hem in. Zijn moeder stierf hier op 29 september 1908, zijn vader op 9 mei 1910. Zij werden op het (oud) kerkhof van Berbroek begraven. Pastoor Huydts bleef tot eind oktober 1936 pastoor in Berbroek, daarna ging hij op pensioen in Herk waar hij zijn intrek nam in de Hasseltsestraat 79. Ook in die tijd bleef hij actief als sociaal werker. Op  26 augustus 1939 verhuisde hij naar Hasselt, Salvatorstraat 2. Hij overleed er op 14 mei 1943 in de Salvatorkliniek. Hij werd op het kerkhof in zijn geliefde Berbroek begraven. Daar rust hij nog steeds aan de voet van de calvarieberg. Ofschoon een indrukwekkende graftombe, vinden we van de begrafenisplechtigheid of toespraken niets meer terug. Het is oorlogstijd en kranten worden niet meer gedrukt. Ook van het rijk archief dat de pastoor bezat, werd voorlopig niets terug gevonden.

Zijn grote verdienste in Berbroek was dat hij aan de wieg stond, hetzij als medeoprichter, hetzij als stichter van verschillende verenigingen:
- Boerengilde Sint-Isidorus (1895)
- Boerinnengilde (voorjaar 1913)
- Fanfare  Sint-Jan (verschillende jaartallen zijn terug te vinden: 1896, 1905 en 1907)
- Het zangkoor
- Het Jeugdtoneel (1920)
- De coöperatieve melkerij Sint-Jan
- De ambachtsschool te Zelem (1919)
In 1919 wou een aantal katholieke notabelen van het voormalige Sint-Jansberg klooster in Zelem  een domein maken dat dienstbaar zou zijn voor de beroepsopleiding en de opvoeding van de volksjeugd. Om dit te realiseren werd een comité opgericht met als leden Monseigneur Broekx, Jan Ramaekers, destijds burgemeester van Zelem én volksvertegenwoordiger, de pastoor van Berbroek en Hendrik Jacobs, ontvanger van de gemeente Zelem.  Het domein werd met steun van het provinciebestuur in 1919 aangekocht en in 1920 werd het klooster herbouwd en werd de ambachtsschool en internaat voor Limburgse weesjongens geopend. In 1928 werd de school al gesloten toen een weesjongen een andere jongen om het leven bracht.
Hij was ook de bouwheer van:
-  De kapel van O.L.V. van Altijddurende Bijstand (1907)
- Twee klaslokalen en het huidige parochiehuis:
toen was het de bedoeling om er een klooster in te richten (1916), maar door gebrek aan zusters diende het huis  verkocht te worden. In 1936 werden nog twee extra klaslokalen bijgebouwd.

Zonder twijfel kon hij rekenen op veel respect en aanzien van zijn Berbroekse parochianen, hij was een geliefd persoon. Zijn gouden priesterjubileum werd uitbundig op donderdag 2 juni 1932 gevierd met een vervolg op zondag 5 juni 1932. Dit deed hij met de dubbele herdenkingen van de 25 jaar oude kapel van O.L.V. van Altijddurende Bijstand en de fanfare Sint Jan. In de krant ‘Het Algemeen Belang’ van 28 mei en 4 juni 1932 lezen we dat gans Berbroek in feest was voor het ‘Gouden Priesterfeest van onzen beminden Herder, den grooten socialen werker’ . Verder lezen we ‘In een luisterrijken stoet met 16 symbolische groepen, met bruidjes, ruiters en praalwagen werd de jubileerenden Herder afgehaald aan de grens van de gemeente en onder muziek der fanfare, langs den Steenweg naar de nieuwe geschilderde kerk  gebracht’ en ‘ Middags om 2 uur stond te stoet gereed. Honderden en honderden, ja duizenden, uit omliggende plaatsen waren samengestroomd.’

Hij was een sociaal bewogen priester die ver buiten Berbroek gekend en geliefd was als sociale werker. Hij was de vriend van de Limburgse boeren en de arbeidersklasse.
In 1895 stichtte hij de boerengilde met Raiffeisenkas en de vee herverzekering (verzekering  tegen sterfte van het vee in Limburg) in Berbroek. Een soortgelijke herverzekering voor landbouwpaarden kwam er in 1901. Samen met E.H Eyckens (proost Landelijke Gilde Alt Hoeselt) trok hij Limburg rond om in alle dorpen de boerengilden en vee herverzekeringen te stichten.
Vanaf 1903 tot bij zijn overlijden was hij voorzitter van de vee herverzekering van Limburg. In 1939 was hij nog aanwezig op de jaarlijkse algemene vergadering van de Limburgse vee herverzekering.

Foto uit de verzameling Kadoc Leuven: Leden van de hoofdraad van de Belgische Boerenbond genomen in het Sint-Franciskushof, Minderbroederstraat te Leuven ca. 1925. Pastoor Huydts vinden we op de tweede rij, zesde van links.

In de naoorlogse periode van WO I lezen we in krantenartikelen Jan Huydts kennen als een hevig verdediger was van de Vlaamse strijd.
Zo is er een nogal felle openbrief (‘Het Belang van Limburg’ - 14 juli 1929)  van de Boerenbond van het arrondissement Hasselt aan de toenmalige burgemeester Portmans van Hasselt over het besluit van diens gemeenteraad waarin geweigerd wordt om op 11 juli de leeuwenvlag te hijsen aan het stadhuis. Deze brief was medeondertekend door pastoor Huydts en eindigt als volgt : ‘ Hoog de Vlaamsche Leeuwenvlag! Heil de helden van 1302 die onze Vlaamsche en ook onze Belgische onafhankelijkheid bevocht.

Ter gelegenheid van zijn gouden priesterjubileum verscheen er op 4 juni 1932 in ‘Het Algemeen Belang’: ‘ In de sociale werken stond hij van de eerste uur af; van de Limburgsche politiek heeft hij alles meegemaakt en er flink zijn man gestaan: en wellicht het meest van al de ouderen, is hij meegegaan, in de eerste rangen , wanneer de Vlaamsche strijd, na den oorlog, eens eindelijk ernstig werd en tot tastbare resultaten wilde komen. Menige oude vriendschap uit de sociale werking van voor den oorlog heeft hij toen opgeofferd aan zijn Vlaamsch ideaal en zijn Vlaamsche overtuiging’.

Paul Vanwetswinkel