home

contact  login
zoeken
zoeken

Brouwershuis 

In de vorige eeuwen werd er meer gedronken dan lief was en het zal u dan ook niet verbazen dat de cafés en brouwerijen in die tijd de pan uit swingden. Zo bezat Berbroek in de vorige eeuwen meer cafés en brouwerijen.

De oudste brouwerij van Berbroek die teruggevonden werd, dateert van 1539 en werd opgericht door Gerit Peters. In de officiële akte, opgemaakt te Kuringen en terug te vinden in het rijksarchief van Luik, werd zelfs geregistreerd dat alleen Gerit Peters en niemand anders in Berbroek mocht brouwen, of een andere brouwerij mocht stichten of oprichten. Hij moest er wel voor zorgen dat de jaarlijkse erfpacht, oude gouden reaal, betaald werd op de 'kermisse'[1].

Verder in de geschiedenis duiken ook nog andere brouwerijen op die hier zeker van voor 1789 in de Grotestraat moeten gestaan hebben. Hier bevond zich het leenhof 'Manshof' van de advocaat H.G Roelants, die destijds leenheer was en daar tegenover bevond zich het 'paenhuis'[2] of brouwerij de "Rode Leeuw". Na 1789 werd deze naam gewijzigd in "Schaliehuis". Rond 1814 kwam er een zekere Pieter van Swartebroeck wonen. Pieter of Pierre (°26-08-1793 - +21-10-1849) was in Berbroek burgemeester van 1830 tot 1849. Als beroep was hij bierbrouwer, landbouwer, herbergier en waarschijnlijk ook winkelier in het huis De Laurier - Grotestraat nr 9 - naast de kerk. Dertien jaar later stond wel in een overlijdensakte van de heer Jan Frans van Swartebroeck dat zijn zoon Willem ook brouwer was.

Frans, gehuwd met Maria Catherina Plenders had 4 kinderen: Petrus, Willem, Jean François en Anna. Deze tweede zoon had de brouwerij in handen van 1827 tot 1845. Na zijn dood in 1845 ging de brouwerij over naar zijn zuster Maria Anna (°16/03/1805 - +28/11/1849). Zij was gehuwd met Jan Hendrik Smeets en woonde toen in "De Laurier". De Laurier was niet alleen een grote boerderij maar er was ook een herberg en een winkel aan verbonden. Bij het overlijden van haar broer Pieter in 1849, was zij reeds ziek. Ze leed aan TBC en stierf toen ze 44 jaar oud was.  

Na haar overlijden werd de brouwerij eigendom van de familie Smeets en ging ze over van vader op zoon. Naast "De Laurier" en het "Schaliehuis" zouden ook nog in de hoeve ernaast, nu huis Kumpen, brouwactiviteiten hebben plaats gevonden.

Jan Hendrik Smeets[3] is de grondlegger van de brouwerij. Toen hij, waarschijnlijk bij zijn stiefmoeder of zuster, nog in Veldek bij Kermt woonde, stond hij vermeld als ' zonder beroep'.  Aangezien er in Kermt verschillende jeneverstokerijen waren (o.a. in 1802 al in Veldek), trok hij rond met paard en kar en verkocht hij verschillende liters genever aan de herbergen. In Berbroek bleef hij plakken in de Laurier en trouwde op 25 oktober 1826 met Maria Agnes. In 1852 kocht hij de helft van de brouwerij en zo bleef de brouwerij in eigendom van de familie Smeets en ging over van vader op zoon. Hij kwam met zijn kinderen in het Schaliehuis wonen tot hij na het overlijden van zijn eerste vrouw in 1852 een tweede keer huwde met Maria Baerts waarmee hij  nog een dochter, Maria Antonia kreeg. Na het overlijden van Jan trokken Maria Baerts en haar dochter naar Schulen in 1861 maar in 1873 kwamen ze terug naar Berbroek en namen hun intrek in de Voshoeve, gelegen langs de Steenweg. Tijdens zijn leven had Johannes Hendrik deze hoeve reeds gekocht voor zijn tweede vrouw.

Van 1861 tot 1871 was Pieter Jan de eigenaar en van 1871 tot 1924 was dit Jan Frans[4] (°Berbroek 19/02/1841 - +05 /10/ 1924).

Na het vertrek van Pieter Jan naar Sint-Joost in 1871werd Jan Frans het familiehoofd in het Schaliehuis. Hij bleef er wonen en erfde ook later heel de brouwerij. Hij was landbouwer van beroep en brouwde ook bier. Hij bracht de brouwerij over naar de andere kant van de straat en betrok er het 'nieuw huis' nadat zijn zuster Constantia naar het schaliehuis, haar erfdeel , trok. Zijn oudste dochter betrok toen met een meid de Beekhoeve tot aan het nieuwe huis de stallingen en de nieuwe brouwerij bijgebouwd waren. Van 1890 tot 1920 was hij burgemeester van Berbroek. Na zijn overlijden werd hij bijgezet in de grafkelder die door zijn echtgenote werd aangelegd.

Van 1924 tot 1929 werd Jozef, één van zijn zonen, eigenaar. Hij werd later brouwer in Zolder.

De laatste eigenaar was Jan Ludovicus (°15/06/1892 - +10/06/1983). Hij was ook burgemeester van Berbroek van 1947 tot 1952. Als beroep stond er op zijn idenditeitskaart wel bierhandelaar en niet bierbrouwer zoals men kon verwachten. De brouwerij heette toen ook brouwerij St Jan Berbroek, terwijl deze vroeger nog brouwerij Sint Isidorus heette (zie foto flesje en brouwerijkar).  Waarschijnlijk vond de naamswisseling plaats tijdens het verblijf van pastoor Huydts. Hij heette  de harmonie en de melkerij die hij gesticht had St Jan. De brouwerij verhuisde in 1902 naar het gebouw schuin tegenover het Schaliehuis. Op 1 maart 1929 werd de hele zaak verhuurd aan de brouwerij van Alken. Na de verhuring werd er geen bier meer gebrouwen maar Alken gebruikte het gebouw als depot. Jan Ludovicus bleef bestuurder tot in 1958. Ook aan het gebruik als depot kwam een einde en het huis met de brouwerijgebouwen kwam in verval[5].

In deze familie Smeets waren nog meerdere personen brouwer.

Marie Joseph Eugenius Smeets (°04/09/1888 - +18/08/1974) brouwde van 1909 tot 1914 bier. Naast brouwer was hij ook nog wielrenner (coureur) en legde hij misschien de 'piste' achter de brouwerij aan. Ook Jan Maria Ludovicus Smeets (°15/06/1892 - +10/06/1971) was brouwer tijdens de oorlogsjaren 1914-1918.

Het bier dat gebrouwen werd was 'Berbroeks bier', een vrij zoet bruin bier. In oorlogstijd brouwde men ook 'klein -bier '. Dit was een soort tafelbier met een zeer laag alcoholgehalte. Naast het bier maakte men ook limonade. Flessen werden reeds met een machine gespoeld.

Jan L. Smeets zou een 5 à 6 personen in dienst hebben gehad waarvan er twee instonden voor het uitvoeren van het bier naar de dichtbijgelegen cafés. Het bier werd ook verkocht aan particulieren. In 1920 koste een liter bier 17 cent en een glas 5 cent. Het loon bedroeg 1 à 2 frank per dag, soms werd er 12 u per dag in een 6 daagse werkweek gewerkt. Tijdens het gisten diende het proces in de brouwketel ook 's nachts gevolgd te worden.

In het woonhuis dat in 1901 nog werd opgetrokken vinden we nog de namen Smeets en Willems (zie foto).

In 1986 kocht de stad het pand aan om er een pastorie van te maken. Na de fusies van de parochies kwam de pastorie leeg te staan. Het huis verviel en de klimop woekerde langs de muren. Op advies van de Koning Boudewijnstichting en het VWF werd in 1993 een renovatie doorgevoerd en werd de woning omgevormd tot twee ééngezinswoningen.

Maar de geschiedenis van het Berbroeks bier is nog niet ten einde. In 2013 werd er door het Jessenhofke in Kuringen een nieuw Berbroeks biertje gebrouwen met de naam 'HADOECH', wat in algemeen Nederlands 'houd je goed' betekent. Op het flesje staat nog een foto van de oude brouwerskar van de brouwerij St Jan van de familie Smeets uit Berbroek (zie foto in bijlage). Wim Vandebrouck van Berbroek was een van de initiatiefnemers.

2018 François Peeters

Bronnen: Archieven van Jaak Vanmechelen, Paul Vanwetswinkel , Jos Leemans en Wim Vandebrouck.  

[1] De kermis is een jaarlijkse viering van de kerkwijding. Eerder dan een datum op de akte te noteren werd er melding gemaakt van de naam van de heilige of de kerkelijke feesten die er op die bepaalde dag gevierd werden. Het was voor de bevolking gemakkelijker om St Gielisdag, Sint Remeis (Remigius), Sint Andries, St Thomasdag of OLV geboorte.. te onthouden dan de datum. Uit brieven en dagboeken van advocaten, dokters blijkt dat de meeste testamenten om 6 uur 's morgens werden geschreven. Ze waren er dus vroeg bij.

[2] Paenhuis: een panne = brouwketel en een paanhuis = het gebouw waar zich de brouwketel bevond = brouwerij.

[3] In het militiegetuigschrift, door de provinciegouverneur uitgereikt op 21 oktober 1826, staat Jan Hendrik Smeets vermeld als akkerman. Hij had een ovaal aangezicht, een gewone neus en mond, bruine haren en wenkbrauwen. Met zijn 1 el , 7 palmen, en 7 duimen (nog geen 1,50 meter) moet hij nogal klein van gestalte geweest zijn. Hij trok het lot nr 7 bij de loting voor de legerdienst, maar als enige zoon werd hij ervan vrijgesteld. In zijn huwelijksaangifte staat hij ' zonder beroep' genoteeerd maar bij de aangifte van zijn kinderen laat hij ' landbouwer' noteren. In zijn overlijdensakte staat hij aangegeven als landbouwer en schepen.

[4] Jan Frans was gehuwd met Maria Agnes Willems (° Schulen 09/04/1857 - +Berbroek 03/03/1948) was de dochter van Gerard Willems en Josephinus Cox.

[5] De eerste brouwketel van De Laurier bestond uit steen en men mag verwachten dat deze wel kapot geslagen werd. Van de andere installaties weet men niet wat ermee gebeurd is. Jan Ludovicus bleef bestuurder tot in 1958.